In deze geanonimiseerde beschrijvingen van ongevallen wordt altijd gesproken over ‘duiker’ en ‘hij’. Dit kan zowel een vrouw als een man zijn.

Voor publicatie van deze omschrijvingen is toestemming verleend door de melders.

Hieronder treft u een selectie aan uit de meldingen.


 

Verdrinking

Duiker maakt duik met groepje duikers. De groep wordt door veranderde stroming weggevoerd van het rif. Een buddy weet uiteindelijk het vaste land te bereiken en alarm te slaan. De andere duikers blijven vermist, ook na lange intensieve zoekacties.

Decompressieongeval > Gemiste stop > Sterke stroming > Diepe duik

Duikers maken duik naar 37 meter met een duikduur van 31 minuten. Tijdens de duik ontstaat verwarring door slecht zicht, sterke stroming en het buiten adem raken van een van de duikers. Tijdens de opstijging wordt de controle over de stijgsnelheid verloren en daardoor de decompressiestop van 15 minuten gemist. De duikers worden aan de oppervlakte opgepikt door een boot die hen aan de wal brengt. Zij krijgen zuurstof toegediend en worden naar een recompressiecentrum gebracht. Na behandeling zijn beide duikers klachtenvrij.

Decompressieongeval > Herhalingsduik

Duiker maakt twee duiken op een dag na slecht geslapen te hebben. De duiker heeft aan boord van de boot last van zeeziekte. Enkele uren na de tweede duik klaagt de duiker over tintelingen in beide handen, vermoeidheid en duizeligheid. De duiker wordt behandeld in recompressiecentrum.

Decompressieongeval > Herhalingsduik

Duiker maakt zeven duiken in 5 dagen. De laatste dag maakt de duiker twee duiken, eerst een diepe gevolgd door een minder diepe. Na de eerste duik van die dag klaagt duiker over pijn in handen en voeten en een vermoeid gevoel. De klachten nemen toe tijdens de daarop volgende vliegreis. Bij thuiskomst consulteert de duiker een duikarts en wordt behandeld in recompressiecentrum.

Decompressieongeval > Herhalingsduik

Duiker maakt twee duiken naar 20 meter diepte met oppervlakte interval van anderhalf uur. Enkele uren na de laatste duik klaagt de duiker over pijn en tintelingen in hand en arm en kort daarna ook in beide benen. Duiker wordt behandeld in recompressiecentrum waarna klachten verminderen. Drie dagen nadien weer een toename van klachten waarna opnieuw behandeling in recompressiecentrum volgt. Duiker had niet conform tabellen gedoken. Onderzoek naar mogelijk PFO geadviseerd.

Decompressieongeval > gemiste stop > Paniek > Diepe duik

Twee duikers maken een duik naar 37 meter, na ongeveer een half uur denken zij van elkaar dat de buddy in paniek is geraakt. Zij maken een directe opstijging zonder stops. Aan de oppervlakte duurt het nog eens bijna een uur voor zij door een boot worden opgepikt. Na behandeling in een ziekenhuis zijn zij naar een recompressiecentrum overgebracht.

Decompressieongeval > Gemiste stops > Bewusteloos

Op een diepte van 27 meter raakt een duiker bewusteloos en wordt door zijn buddy naar de oppervlakte gebracht. Om de gemiste stops alsnog te maken gaan zij weer onder maar de duiker raakt weer onwel en wordt zonder stops te hebben afgemaakt weer meegenomen naar de oppervlakte. Daar krijgt hij zuurstof toegediend omdat hij last heeft van hyperventileren en tintelingen in armen en benen. Wat later krijgt hij moeite met ademhalen en slikken. De duiker wordt per ambulance naar een recompressiecentrum gebracht. Na behandeling is de duiker klachtenvrij.

Binnenoor barotrauma

Na een trainingsavond in het zwembad krijgt een duiker ruim een dag later een vrijwel compleet doof oor. Bij een operatie op de 9e dag na de training wordt een klein scheurtje in het ovale venster geconstateerd en hersteld. De duiker heeft blijvende ernstige gehoorschade opgelopen."

Hyperventilatie

Tijdens autorit door de bergen na twee duiken klaagt de duiker over tintelingen aan de handen. Geconsulteerde arts wijt symptomen aan hyperventilatie.

Reanimatie > Hartfalen

Duiker krijgt tijdens duik waarschijnlijk hartfalen. Buddy brengt de duiker aan de wal waar direct met reanimatie begonnen wordt. Hulpverlening neemt reanimatie over. Duiker is overleden.

Apparatuur > Storing persluchtapparatuur

Ondanks een beginnende verkoudheid maakt een duiker een oefenduik naar 9 meter. Na het uitademen krijgt de duiker plotseling alleen water naar binnen maar na een nogmaals krachtige uitademing lost dit probleem zichzelf op. De duiker geeft aan toch te willen opstijgen en aan de oppervlakte probeert hij de automaat nogmaals waarbij er geen sprake meer is van een storing. Ze dalen weer af om onder water naar het startpunt terug te zwemmen. De duiker krijgt het dan benauwd en ze keren terug naar de oppervlakte om verder terug te zwemmen. Daar krijgt de duiker het steeds benauwder en wordt uiteindelijk door een buddy naar de kant gezwommen.

Apparatuur > Verloren mondstuk

Tijdens een duik verliest de duiker het mondstuk van zijn automaat op 10 meter diepte. Doordat de duiker net een ademteug wil nemen krijgt hij water naar binnen wat een hevige hoestaanval oplevert. Op de octopus van de buddy wordt de opstijging gemaakt.

Apparatuur > Loodballast verloren

Duiker merkt tijdens de duik dat fles en trimvest niet goed zitten en sjort wat aan de apparatuur om het in orde te krijgen. Op 14 meter diepte verliest de duiker de loodgordel door het gesjor aan de uitrusting. De duiker weet naar beneden te zwemmen en zich vast te pakken aan de bodem. Andere duikers schieten te hulp en de loodgordel die even verderop ligt wordt opgehaald. Uiteindelijk weet de duiker de loodgordel weer om te doen en wordt de duik vervolgd.

Hoestaanval onder water

Bij een oefening kompas zwemmen daalt een duiker door een te zware trim verder af dan gepland. De duiker verslikte zich en moest hoesten. Na een normale opstijging blijft de duiker aan de oppervlakte last houden van benauwdheid en hoesten. Na een korte toediening van zuurstof gaat de duiker voor onderzoek naar een ziekenhuis. Longfoto's toonden water in de rechter long. De duiker blijft ter observatie een nacht over maar er worden geen afwijkingen geconstateerd.

Trommelvlies perforatie

Bij de tweede afdaling tijdens de duik krijgt de duiker problemen met klaren. Door een verkeerde trimhandeling zakt de duiker door, waarbij zijn trommelvlies perforeert en hij ieder gevoel van evenwicht verliest. Na stabilisering maakt hij met zijn buddy een snelle opstijging. Een KNO arts stelt een gescheurd trommelvlies met bloed achter het vlies vast.

Apparatuur > Blazende automaat > Bevroren automaat

Bij het oefenen van het oplaten van een decoballon gebruikt een duiker zijn primaire automaat. Deze bevriest en geeft zoveel bellen dat de duiker zijn octopus niet meer kan vinden en zijn buddy niet meer ziet. Nadat de octopus eindelijk is gevonden heeft de duiker flinke ademnood maar kan toch maar een paar teugen lucht nemen omdat de fles leeg is. De duiker maakt in de laatste paar meter naar de oppervlakte een noodopstijging. Bij het naar de kant zwemmen krijgt de duiker last van hyperventilatie en krijgt aan de kant zuurstof toegediend.

Verdrinking

Duiker maakt duik vanaf vaartuig. Aan het einde van de afdaling raken de duikers van elkaar gescheiden en een duiker stijgt op. Als de andere duiker niet aan de oppervlakte verschijnt wordt alarm geslagen. Het stoffelijk overschot wordt enkele dagen daarna geborgen na een grootscheepse zoekactie door hulpdiensten.

Contact met vaartuig > Slecht zeemanschap

Bij een voor de duikers gevaarlijke dollemanstocht onder meertouwen van andere boten door en in golven van 1 meter maakt een volgeladen rubberboot veel water.De schipper wil daarom de boot snel leeg hebben en geeft opdracht de boot te verlaten en met de duik te beginnen. Daarop maakt een duiker een rol achterwaarts waarbij hij met zijn set tegen die van een andere duiker opbotst. Bij het inzetten van de koprol staat iemand op een van zijn vinnen die daardoor in de rubberboot achterblijft. De poging om de duikers overboord te zetten wordt gestaakt en bij het terughalen van de duikers blijft de schroef draaien waardoor een vin van een van de andere duikers uit de groep wordt geraakt.

Decompressieongeval > Jojo duiken

Duiker maakt duik naar 26 meter met een duikduur van 25 minuten. Tijdens de duik wordt een opstijgoefening geoefend. Na de duik klaagt de duiker over extreme vermoeidheid. Verder op de dag klaagt de duiker over pijn in de knieën met uitstraling naar beide onderbenen. De duiker zoekt de volgende dag contact met duikarts en wordt naar recompressiecentrum verwezen. Na behandeling is de duiker klachtenvrij.

Decompressieongeval > Ongecontroleerde opstijging > Paniek > Stroming

Duiker maakt met instructeur duik naar ongeveer 40 meter. De duikers keren terug langs de bodem. Door sterke stroming en hoger luchtverbruik van de duiker raakt deze in paniek. De instructeur weet hem in eerste instantie te kalmeren. Kort daarna stijgt de duiker op en de instructeur probeert hem in bedwang te houden. Deze opstijging verloopt ongecontroleerd en de instructeur moet de duiker voor zijn eigen veiligheid laten gaan. De instructeur maakt een korte stop op 20 meter en stijgt vervolgens gecontroleerd op naar de oppervlakte. Tijdens het naar de kant zwemmen komt de instructeur de duiker tegen en begeleidt hem verder naar de kant. Daar wordt direct zuurstof toegediend en alarm geslagen. De duiker wordt naar een recompressiecentrum gebracht waar hij wordt behandeld. De duiker is na behandeling klachtenvrij. De instructeur bleef zonder klachten.

Decompressieongeval

Duiker consulteert na een duik met klachten een duikarts. Jeuk op beide benen en eveneens tintelingen in de benen. De arts adviseert naar het recompressiecentrum te komen voor behandeling. De duiker komt echter niet opdagen !?

Barotrauma middenoor > verkoudheid

Duiker maakt reeks duiken op zijn vakantie bestemming. Na de laatste duik klaagt de duiker over een vol gevoel in beide oren en gehoorafname. De duiker was licht verkouden voor aanvang van de duiken. Bij terugkomst zoekt de duiker na enkele dagen contact met duikerarts omdat symptomen blijven. Er wordt een middenoor barotrauma geconstateerd.

Decompressieongeval > Herhalingsduiken > Persoonlijke risicofactoren

Duiker maakt enkele dagen achtereen drie duiken per dag. Na de laatste duik krijgt de duiker pijnklachten in bovenbeen en blauwe plekken op de romp, gezichtsproblemen en misselijkheid. De klachten verdwijnen spontaan. Enkele dagen later keren de klachten terug. Duiker consulteert nadien duikarts. Er volgt geen behandeling. De gedoken duikprofielen in samenhang met persoonlijke risicofactoren maakten de duiker gevoeliger voor decompressieziekte. Advies duiken volgens veiliger duikprofiel.

Decompressieongeval > Vliegen na duiken > Herhalingsduiken

Duiker maakt acht duiken in drie dagen en vliegt na een dag rust terug naar huis. Na de vlucht klaagt de duiker over pijn in de elleboog. Enkele dagen later gaat de duiker weer duiken. Na de duik klaagt de duiker wederom over pijn in de elleboog. De duiker krijgt zuurstof toegediend en wordt overgebracht naar een recompressiecentrum. Na behandeling is de duiker klachtenvrij.

Longoedeem

Duiker maakt duik op 6 meter diepte en is kortademig. Na de duik is de duiker vermoeid en moet hoesten. Duiker wordt opgenomen in ziekenhuis na diagnose longoedeem.

Snelle opstijging > Overslaan decompressiestops > Lucht tekort

Duiker maakt met instructeur duik naar ongeveer 28 meter. De duikers komen na 27 minuten in deco tijd. Op een diepte van 19 meter geeft de instructeur aan dat hij geen lucht meer heeft. De duiker geeft de instructeur lucht middels buddybreathing en kort daarop beginnen zij een opstijging. De opstijging gaat te snel en er wordt geen deco stop of veiligheidsstop gemaakt. Aan de oppervlakte vraagt de duiker aan de instructeur of hij het handsignaal van 50 bar al eerder had gegeven. Aan de kant gekomen vraagt de duiker aan de instructeur of zij geen deco stop hadden moeten maken. Het antwoord van de instructeur is “het was niet nodig”. De duikcomputer van de duiker stond inmiddels in SOS mode. Na doorvragen blijkt dat de instructeur nog 60 bar in zijn fles had toen hij aangaf zonder lucht te zitten op 19 meter diepte. De instructeur geeft aan dat hij wilde uitproberen hoe de reactie van de duiker was op de situatie. De instructeur heeft in de daarop volgende dagen enkele malen telefonisch contact met de duiker met de vraag of hij niets mankeerde. De instructeur vond het niet nodig dit incident te melden, de duiker wel. Beide duikers blijven klachtenvrij.

Verdrinking

Onvoldoende gegevens

Decompressieongeval > Persoonlijke risicofactoren

Duiker maakt duik naar een diepte van 25 meter met een duikduur van 30 minuten. Drie uur na de duik klaagt de duiker over evenwichtsstoornis, misselijkheid en hoofdpijn. De duiker krijgt zuurstof toegediend en wordt naar een recompressiecentrum overgebracht. Na behandeling is de duiker klachtenvrij.

Allergische reactie

Tijdens duik maakt de duiker direct een opstijging na het handsignaal 'opstijgen' gegeven te hebben. De buddy volgt met een normale opstijging en treft de duiker aan de oppervlakte aan met benauwdheids klachten en een rochelende ademhaling. De duiker wordt aan de kant gebracht waar hij zuurstof toegediend krijgt. In het ziekenhuis wordt de diagnose 'vocht achter de longen, mogelijke allergische reactie' gesteld. Nader onderzoek naar de aard van allergische reactie volgt.

Decompressieongeval > Herhalingsduiken

Duiker maakt twee diepe duiken met een interval van 4 uur. Een uur na de laatste duik klaagt de duiker over wazig zien, rode vlekken op de buik en een gevoel van kruipende beestjes op borst en rug. De duiker wordt overgebracht naar een recompressiecentrum. Na behandeling is de duiker klachtenvrij.

Decompressieongeval > Diepe duik > Lucht tekort

Drie duikers maken een duik naar 40 meter met een duikduur van 47 minuten. Doordat de duikers tijdens de opstijging zonder lucht raken worden de decompressiestops op 9, 6 en 3 meter niet gemaakt. De duikers weten de kant te bereiken en dienen zichzelf zuurstof toe. Zij gaan met eigen vervoer naar een recompressiecentrum waar zij aangeven geen symptomen te hebben. Na behandeling zijn de duikers klachtenvrij, maar uit onderzoek is gebleken dat zij wel symptomen hadden toen zij het water verlieten.

Gebroken been > Uitglijden

Bij het lopen naar de waterkant glijdt een duiker uit en valt. Hierbij komt het onderbeen, mede door het gewicht van de uitrusting, verkeerd terecht. Bij controle in het ziekenhuis blijkt het onderbeen gebroken te zijn. Aspiratie van zout water > Oefening

Duiker maakt duik op 9 meter met een duikduur van 32 minuten. Tijdens het afleggen van een proef (mondstuk uitnemen en weer in doen) krijgt de duiker water binnen en stijgt in paniek op. De duiker wordt aan de wal gebracht en krijgt zuurstof toegediend. De duiker is misselijk, ziet bleek en klaagt over pijn bij het ademen. De duiker wordt overgebracht naar een ziekenhuis waar na overleg met duikarts behandeling volgt.

Decompressieziekte > Snelle opstijging > Jojoduiken

Duiker maakt duik naar 26 meter diepte met een duikduur van 80 minuten. Na 58 minuten wordt snel opgestegen vanaf 23 meter diepte naar de oppervlakte. Daarna worden al jojo-end decompressie stops uitgevoerd tussen 15 meter diepte en de oppervlakte. Na de duik gaat de duiker naar huis met klachten van pijn in de heup. Als de klachten niet verdwijnen meldt de duiker zich drie dagen later bij een recompressiecentrum. Na behandeling is de duiker klachtenvrij.

Reanimatie

Halverwege de duik wordt de duiker op een meter of 10 onwel. Zonder dat hij zijn buddy een teken kan geven gaat de duiker in bewusteloze toestand naar de oppervlakte. De buddy ziet hem gaan en volgt. Brengt hem aan wal en begint daar te reanimeren. De duiker krijgt weer een zwakke pols en ademhaling. De duiker komt op weg naar het ziekenhuis in de ambulance weer bij. Bij nader onderzoek wordt een PFO geconstateerd.

Decompressieziekte > Snelle opstijging > Lucht tekort > Jojoduik

Na een tweetal opstijgingen en een redelijk lang verblijf op diepte wil de duiker zijn buddy een reddingopstijging laten uitvoeren. Na aanvankelijk bijna niet te stijgen op het vest van de duiker blijven zij weer hangen op een diepte van 12 meter. Het vest wordt nu volledig door de buddy vol geblazen en een ballonopstijging volgt. Aan de oppervlakte besluit de duiker door het luchtgebrek bij zijn buddy geen veiligheidsstop te maken. De duiker ervaart naderhand verschijnselen van decompressieziekte en wordt behandeld in een ziekenhuis en recompressietank. De duiker heeft nog steeds restklachten

Ziekten

Na een tweede duik waarbij op 9 meter wat oefeningen worden afgelegd voelt een duiker zich aan de kant misselijk worden en geeft over. Na het toedienen van zuurstof en overleg met het DMC gaat de duiker naar het ziekenhuis. Na onderzoek worden geen afwijkingen geconstateerd ondanks een gevoel van duizeligheid en druk op de oren. Dit bleef nog enige dagen duren waarna het door rust verdween.

Decompressieongeval > Diepe duik

Duiker maakt twee duiken met menggassen naar grote diepte. Kort na de tweede duik klaagt de duiker over pijn in een arm en schouder. De pijn neemt snel toe en de duiker zoekt medische hulp en krijgt zuurstof toegediend. Onderweg wordt telefonisch advies ingewonnen bij een duikarts. De volgende dag wordt de duiker behandeld in een recompressiecentrum. Na meerdere behandelingen is de duiker klachtenvrij.

Decompressieongeval > Lucht tekort > Diepe duik

Duiker maakt duik naar 45 meter met een duikduur van 76 minuten. Tijdens de decompressiestops komt de duiker zonder lucht en moet opstijgen. Aan de oppervlakte haalt de duiker een volle persluchtfles en maakt de decompressiestop op 3 meter verder af, wat nog 30 minuten is ! Kort na de duik klaagt de duiker over lichte tintelingen in de benen. Hij wordt naar een recompressiecentrum gebracht voor behandeling. De duiker is na behandeling klachtenvrij.

Decompressieongeval > Diepe duik > Persoonlijke risicofactoren

Duiker maakt duik naar 42 meter met een duikduur van 80 minuten. Het laatste deel van de duik is in ondiep water. Kort na de duik voelt de duiker zich misselijk en draaierig. De duiker consulteert een duikarts en behandeling in recompressiecentrum volgt. Het duikprofiel in combinatie met persoonlijke risicofactoren maakte de duiker gevoeliger voor decompressieziekte. Advies duiken volgens veiliger profiel.

Afdrijven > Sterke stroming

Tijdens duik worden de duikers door de sterke stroming van de duiklocatie weg gedreven. Aan de oppervlakte proberen zij op eigen kracht de wal te bereiken. Een toevallig passerend zeiljacht pikt de vermoeide duikers op en brengt hen naar een nabij gelegen haven.

Afdrijven > Sterke stroming > Drietal

Drie duikers zwemmen aan de oppervlakte naar een boei om daar af te dalen. Door de stroming weten twee van hen de boei niet te bereiken. De derde duiker blijft bij de boei op de andere twee wachten. Deze zijn onder water verdwenen. Door clubleden aan de wal wordt alarm geslagen en hulpdiensten komen ter plaatse. De twee duikers die onder water verdwenen zijn komen na een half uur bij de wal aan de oppervlakte. De derde duiker zwemt aan de oppervlakte naar de wal en bereikt deze op het moment dat de boot van de waterpolitie ter plaatse aankomt.

Afdrijven > Sterke stroming

Door waterpolitie worden in het vaarwater twee duikers aan de oppervlakte aangetroffen die zijn afgedreven aan het einde van hun duik. De stroming brengt hen steeds verder van de wal. Zij worden aan boord genomen en bij de wal afgezet.

Spook duiker?

Hulpdiensten worden gealarmeerd voor de mogelijke vermissing van twee sportduikers. Een grootscheepse zoekactie door politie, brandweer en een speciaal dregteam van de waterpolitie kan de duikers niet lokaliseren. Later blijkt het om een foute melding te gaan. Er werd niemand vermist.

Vishaak in lip

Duiker keert na een duik in ondiep water over de bodem terug naar de wal. De duiker hoort een vreemd geluid gevolgd door een ruk aan zijn lip. De duiker schiet in een reflex naar de oppervlakte. Daar ziet hij een sportvisser aan de wal staan en begrijpt dat hij aan de haak is geslagen. De duiker heeft de vishaak door de onderlip. De buddy van de duiker breekt de vislijn. De duiker zoek medische hulp en een arts verwijdert de vishaak.

Decompressieongeval > Snelle opstijging > Herhalingsduiken

Drie duikers maken een duik naar 31 meter met een duikduur van 41 minuten. Zes uur later maken zij een duik naar 27 meter diepte met een duikduur van 40 minuten. Tijdens de duik raakt een duiker de andere twee kwijt door het slechte zicht. Allen besluiten op te stijgen, maar dit gaat te snel. Aan de oppervlakte vinden de duikers elkaar weer terug en gaan naar de kant. Op de kant klagen de duikers over vermoeidheid en duizeligheid. Daar worden zij door inmiddels gealarmeerde hulpdiensten overgebracht naar een recompressiecentrum voor behandeling. Na behandeling zijn de duikers klachtenvrij.

Hyperventilatie

Duiker maakt twee duiken met bij de eerste duik klachten van oorpijn en een plotselinge opstijging volgt. Na de tweede duik heeft de duiker klachten van vermoeidheid, misselijkheid, overgeven en diarree, gevolgd door tintelingen in handen en voeten. De duiker wordt naar recompressiecentrum overgebracht en daar preventief behandeld.

Decompressieongeval > Diepe duik

Duiker maakt duik naar 36 meter diepte met een duikduur van 44 minuten. De duik is normaal verlopen, maar een half uur na de duik krijgt de duiker last van evenwichtsstoornis en moet braken. Door hulpdiensten naar recompressiecentrum gebracht. Na behandeling is de duiker klachtenvrij.

Reanimatie > Hartfalen > Solo

Duiker maakt soloduik. Nadat familie alarm had geslagen dat zij hem misten werd een zoekactie opgestart in het donker. De volgende morgen werd het stoffelijk overschot drijvend aangetroffen. Vermoedelijk is de duiker door hartfalen om het leven gekomen.

Apparatuur > Blazende automaat > Bevriezing automaat

Tijdens de afdaling begint op 25 meter de ademautomaat van de duiker te blazen door het bevriezen van de 1e trap. Voordat de buddy’s zijn bereikt raken de duikers op 32 meter. Men stijgt op met gebruik van de octopus van een van de buddy’s. Doordat hij niet kon trimmen blijkt de duiker bij de eerste meters van de opstijging te zwaar. Nadat de duiker op diepte weer met zijn eigen ademautomaat lucht in het trimjack kan blazen wordt de opstijging vervolgd waarna op 3 meter diepte de duiker weer zijn eigen ademautomaat kan gebruiken. Bij een servicebeurt na de duik wordt vervuiling op de paddestoelklep van de 1e trap van de ademautomaat geconstateerd.

Hyperventilatie

Door de (in)spanning begint een duiker na de afdaling naar 33 meter te hyperventileren en maakt dit direct kenbaar aan de buddy’s. Nadat hij tot rust is gekomen begint hij met zijn buddy’s aan de opstijging. Tijdens deze opstijging keert de rust bij de duiker terug, zelfs zodanig dat hij adequaat reageert wanneer bij een van de buddy’s de ademautomaat begint af te blazen.

Decompressieziekte > Herhalingsduiken > Persoonlijke risicofactoren

Duiker maakt gedurende 12 dagen iedere dag een duik. Na de duik op de 13e dag krijgt de duiker enkele uren na de duik klachten van tintelingen in de handen. De duiker consulteert een duikarts en preventieve behandeling volgt

Decompressieongeval > Diepe duik

Duiker maakt duik naar 42 meter met een duikduur van 40 minuten. Tijdens de duik wordt een opstijging gemaakt. Na de duik klaagt de duiker over vermoeidheid en duizeligheid. De duiker wordt overgebracht naar een recompressiecentrum en ondergaat een behandeling. Na de behandeling is de duiker klachtenvrij.

Reanimatie > Noodopstijging > Paniek > Oefening mislukt

Duiker maakt met 4 andere duikers een duik naar 10 meter diepte. Eenmaal op diepte wordt door de duikers bij toerbeurt de oefening ademautomaat kwijt gedaan onder toezicht van de instructeur. De duiker voert de oefening uit maar pakt bij de eerste poging zijn manometer met console in plaats van de ademautomaat. Een tweede poging lukt ook niet. De duiker pakt hierop de instructeur om zijn nek waarbij hij de ademautomaat van de instructeur in diens mond stoot. Deze gaat free-flowen en de instructeur kan zich niet bevrijden uit de greep van de duiker. De assistent instructeur grijpt in en de duiker laat op een gegeven moment los. De instructeur krijgt een teug lucht van de assistent en stijgt op omdat zijn fles leeg is. De assistent brengt met een toevallig passerende instructeur de beide andere duikers naar de oppervlakte. De duiker wordt kort daarop aan de oppervlakte gebracht en naar de wal vervoerd. Hier wordt direct met reanimatie begonnen. De duiker wordt overgebracht naar het ziekenhuis waar hij langdurig wordt behandeld.

Apparatuur > Vuile lucht

Twee duikers breken hun duik af door vervuilde perslucht. Een van de duikers kreeg lichte hoofdpijn en keelpijn welke tot in de avond duurde. Na afloop van de duik hadden meer duikers, die wel met de vervuilde perslucht hadden doorgedoken, last van hoofdpijn

Decompressieongeval

Onvoldoende gegevens

Decompressieongeval > Herhalingsduik > Afgebroken duik

Duiker maakt tweede duik van die dag en is genoodzaakt de duik eerder af te breken dan gepland. Enkele uren na de duik krijgt de duiker klachten, tintelingen in een hand en later ook in de pols en elleboog. De duiker consulteert een duikarts en behandeling in recompressiecentrum volgt. De duiker wordt geadviseerd een veiliger duikprofiel te volgen.

Vermist na duik > Later gevonden

Duiker maakt duik met een groep onder leiding van een gids. Tijdens de duik wordt een van de duikers door de instructeur naar de oppervlakte gebracht. De andere duikers volgen kort daarop. Als iedereen aan de oppervlakte is blijkt de duiker daar niet te zijn. De duiker wordt later levenloos op de bodem gevonden.

Paniek > Buddy kwijt

Duiker maakt een duik tot 16 meter. Het water is koud en het zicht slecht. Na ongeveer 9 min raakt men elkaar kwijt. Duiker stijgt op, wat mogelijk te snel is gegaan. Aan de oppervlakte klaagt duiker over pijn in de keel, kramp in de buik en heeft het koud. Er is een opvallend angstige blik en duiker trilt. Duiker krijgt zuurstof toegediend en er vindt overleg plaats met recompressiecentrum. Na 1 uur heeft duiker geen klachten meer.

Vermoeden hartinfarct

Na een duik voelt de duiker zich duizelig en moet gapen, transpireert en verliest een kort moment het bewustzijn. Per ambulance wordt hij vervoerd naar het ziekenhuis alwaar hij wordt onderzocht. Hierbij worden alle mogelijke oorzaken geëlimineerd.

Noodopstijging > Oefening opblazen decoballon

Bij opblazen decoballon laat een duiker zijn ademautomaat los en raakt deze kwijt. Hij maakt een opstijging zonder automaat vanaf 5 meter diepte. Tijdens de opstijging duwt hij zijn buddy opzij. Aan de oppervlakte heeft hij blauwe lippen en hoofdpijn welke verschijnselen naderhand verdwijnen.

Onwel > Jojoduik

Bij een duik naar maximaal 3 meter diepte met veel opstijgingen en afdalingen raakt een duiker onwel en moet na bovenkomen braken. De duiker krijgt zuurstof toegediend en hij wordt onderzocht door ambulance personeel. Na te zijn gedoucht en omgekleed gaat hij voor controle naar een arts. Alle klachten zijn verdwenen en gedacht wordt aan een combinatie van het jojo duiken en vervuild water.

Reanimatie > Luchtembolie > Onwel op diepte

Duiker wordt op 20 meter onwel en wordt naar de oppervlakte gebracht. Aan de wal wordt reanimatie gestart. De duiker komt enkele dagen later te overlijden.

Vermist > Achtergebleven in wrak > Geen gidslijn

Twee duikers maken duik waarbij zij een wrak diep binnendringen. In een ruimte wordt sediment opgewoeld waardoor het zicht tot nul reduceert. Eén duiker weet een weg naar buiten te vinden. De andere duiker blijft achter is niet gevonden tijdens zoekacties door hulpverleners. Deze duiker is als vermist opgegeven.

Onoplettendheid

Zonder achter zich te (laten) kijken maakt een duiker een rol achterwaarts van een rubberboot. Hij belandt daarbij met zijn hoofd tegen dat van zijn buddy. Twee bulten zijn het gevolg.

Decompressieongeval > Herhalingsduiken

Duiker maakt twee duiken op een dag zonder bijzonderheden. 's Nachts krijgt de duiker klachten in schouder en bovenbeen. De duiker zoekt medische hulp en wordt naar recompressiecentrum overgebracht. Na behandeling is de duiker klachtenvrij. De duiker had in het verleden een behandeling wegens decompressieziekte ondergaan. Mogelijk gevoeliger voor decompressieziekte.

 


Adobe Acrobat document  Laatst bijgewerkt: 22 augustus 2008