![]() |
In deze geanonimiseerde beschrijvingen van ongevallen wordt altijd gesproken over ‘duiker’ en ‘hij’. Dit kan zowel een vrouw als een man zijn.
Voor publicatie van deze omschrijvingen is toestemming verleend door de melders.
Hieronder treft u een selectie aan uit de meldingen.
Duikers maken een duik naar 40 meter diepte. Na 20 minuten begint de automaat van een van de duikers te freeflowen. Duikers stijgen versneld op en missen de deco stops. De computer geeft een stoptijd van 21 minuten aan, met een eerste stop op 9 meter. Duikers maken een natte recompressie binnen 3 minuten op 3 meter. Moeten dit na enkele minuten afbreken wegens luchttekort. Krijgen van clubleden 100% zuurstof en water en gaan met eigen vervoer naar recompressiecentrum. Duikers hebben geen symptomen, maar worden wel preventief behandeld in de recompressietank.
Duiker raakt zonder lucht en maakt een te snelle opstijging (22 meter/minuut) Bij bovenkomst is de duiker in paniek en uitgeput. Krijgt van omstanders 40% nitrox toegediend. Er was geen zuurstof aanwezig! Slachtoffer wordt per ambulance naar ziekenhuis vervoerd.
Tijdens een duik op 14,5 meter diepte blijft de inflator van het droogpak van de duiker hangen. De duiker trekt de halsmanchet van het droogpak open en ontlucht het trimvest. De buddy van de duiker ontlucht ook zijn trimvest en tracht de duiker te remmen door met gespreide vinnen de duiker vast te houden. De opstijgtijd bedraagt ± 30 seconden. De oorzaak van het blijven hangen van de inflator kon niet met zekerheid worden achterhaald, maar is waarschijnlijk een ‘vuiltje’ geweest. De beide duikers ondervinden geen nadelige gevolgen van de snelle opstijging.
Duiker heeft moeilijkheden met klaren op 2 meter. De duiker probeert te blijven klaren terwijl hij verder afdaalt naar 9 meter. Daar krijgt hij een felle pijnscheut in het oor en wordt duizelig. Na opstijging verdwijnt de duizeligheid. De huisarts kon geen duidelijke trommelvliesperforatie constateren.
Duikers oefenen een opstijging buddybreathend vanaf 30 meter. Oefening wordt op 20 meter al afgebroken. Teruggezakt naar 32 meter om verder te duiken. Na enkele minuten geeft de duiker aan geen lucht meer te hebben.(15 liter fles met 190 bar bij aanvang duik )
Buddy geeft na 3 x buddybreathing zijn octopus en samen gaan ze op kompas naar de kant. De buddy vindt dat het te lang duurt . Een opstijging volgt vanaf 30 meter.
De computer laat echter een opstijging in 1 minuut vanaf 30 meter zien Bij bovenkomst spuugt de duiker de automaat uit. Hij heeft wit schuim op de mond, blauwe lippen, ogen dicht en ademt niet. De buddy brengt de duiker naar de kant (150 meter) en krijgt het laatste stukje hulp van andere duikers
Reanimatie wordt door clubgenoten gestart, maar naar 10 minuten om onduidelijke redenen gestaakt. Inmiddels aangekomen brandweer hervat de reanimatie, tezamen met de ambulance. Traumahelikopter arriveert en na afwerking van het gehele reanimatieprotocol wordt besloten te stoppen. Duiker is overleden.
Duiker maakt gedurende 6 dagen diverse duiken, allen geen extreme dieptes en variërend van 2 – 3 per dag. Tijdens de eerste duik op de zesde duikdag krijgt de duiker een raar gevoel in de buik en een “slapend” rechterbeen. De duikleider besluit met de boot terug te keren en de duiker krijgt zuurstof en water toegediend.
Duiker vervoerd naar recompressiecentrum en behandeld in een recompressiekamer gedurende 2,5 uur op 18 meter. De duiker kreeg een vliegverbod voor 5 dagen en een duikverbod voor 3 maanden.
Drie duikers, net klaar met een opleiding, maken een duik naar 70 meter diepte. Zij raken alle drie zonder lucht op diepte en maken een veel te snelle opstijging. Een van de duikers overlijdt ter plaatse; de andere twee belanden in een recompressietank.
Duiker maakt de tweede duik van die dag naar 25 meter met totale duiktijd van 39 minuten. Tijdens de afdaling moeilijk klaren van de oren (- 2 meter). Na krachtiger klaren in orde. Duik verder gezet zonder verdere problemen. Symptomen 5 minuten na het beëindigen van de duik: gehoorsdaling rechts, druk gevoel rechter oor en “vol” gevoel in oor. Met eigen vervoer naar ziekenhuis. Diagnose: barotrauma middenoor rechts.
Duiker gaat met buddy te water en ze zwemmen aan de oppervlakte de kant uitvoordat zij gaan afdalen. Tijdens de afdaling daalt de duiker sneller dan de buddy en komt als eerste op de bodem aan. De buddy treft de duiker hier op de rug liggend aan zonder automaat in de mond. De buddy tracht in de stofwolken de duiker omhoog te brengen. Tijdens deze pogingen waarbij de buddy de inflator van de duiker niet kan vinden, raakt de buddylijn los. De buddy gaat naar de oppervlakte en roep hulp in. Door clubgenoten wordt de duiker opgespoord en later aan wal gebracht waar hulpverleners de duiker reanimeren. De duiker komt te overlijden aan de gevolgen van dit ongeval.
Duiker maakt een normale duik. 30 minuten na de duik krijgt hij pijn in de nierloge en tintelingen in het rechterbeen. De duiker krijgt zuurstof van clubgenoten en water.
Met eigen vervoer naar recompressiecentrum. Onderweg verdwijnen de klachten. Wel recompressiebehandeling. Slachtoffer blijkt bij nader onderzoek een PFO te hebben.
Duiker heeft problemen met klaren van het linkeroor. Na enkele malen persen is het drukgevoel weg. Duik wordt voortgezet. Aan de oppervlakte gekomen blijkt er wat bloed in de duikbril te zitten en heeft het slachtoffer een daling van het gehoor en een vol gevoel in het oor. In het ziekenhuis wordt een binnenoor barotrauma geconstateerd. Er is geen trommelvliesperforatie. De duiker krijgt medicatie en wordt i.v.m. de gehoorsdaling behandeld met hyperbare zuurstof in een recompressietank.
Tijdens duik op 10 meter scheurt de vouwenslang van de inflator van het vest. Het vest was hierdoor niet bruikbaar omdat de lucht direct ontsnapte. Door het beperkte onder water zicht zien de buddy en de begeleider niet dat de duiker op de bodem blijft staan terwijl juist het handsignaal was gegeven om op te stijgen. De duiker stijgt op eigen kracht op. Aan de oppervlakte geeft de duiker het probleem aan en de duik wordt afgebroken. Navraag bij de leverancier leert dat de vouwenslang een van een serie was die al eerder vervangen had moeten worden. Bij de importeur was bekend dat de vesten van deze serie van een slechte kwaliteit vouwenslangen waren voorzien.
Tijdens wrakduik expeditie wordt de duiker vermist.
Snorkelaar maakt diverse lange duiken en wordt korte tijd later levenloos aangetroffen.
Duiker komt om het leven tijdens solo wrakduik. Het lichaam wordt later geborgen.
Duiker vermist tijdens duik . Het lichaam van de duiker wordt ondanks intensieve zoektochten niet gevonden.
Duiker maakt met twee andere duikers een opstijgoefening vanaf 10 meter diepte. Er volgt een te snelle opstijging. Bovengekomen voelt de duiker zich niet lekker, hoest, is benauwd en heeft een grauwe gelaatskleur met blauwe lippen. Ook maakt de duiker een verwarde indruk. Door de beide buddy’s wordt de duiker aan de kant geholpen waar een toevallig aanwezige arts hulp verleent. Er wordt zuurstof toegediend en naar het ziekenhuis verwezen alwaar de duiker een nacht ter observatie blijft. Duiker hersteld volledig.
Er blijkt sprake van enige aspiratie (verslikking) van water in combinatie met onderkoeling.
Duiker krijgt het tijdens de opstijging benauwd. Raakt in paniek. Buddy weet de opstijging te vertragen door aan de benen te gaan hangen. Boven gekomen heeft de duiker het hevig benauwd en krijgt zuurstof van mededuikers. Ambulance arriveert en staakt de zuurstoftoediening om onduidelijke redenen. Trauma heli is ingezet en op advies van heliteam wordt weer gestart met zuurstof toediening en vocht. Duiker wordt met ambulance vervoerd naar regionaal ziekenhuis. Na overleg met DMC is geen verdere behandeling noodzakelijk.
Duiker blijkt tijdens de duik de dag ervoor ook al benauwdheidsklachten te hebben gehad. Diagnose: te snelle opstijging na paniek aanval. De duiker is hersteld zonder restletsel.
Duiker komt alleen aan de oppervlakte na een duik met een 3 tal, waaronder een instructeur. De buddy’s blijven onder water. Duiker is aan de oppervlakte in paniek en zakt weg in slib. Wordt door een andere duikvereniging “gered”. Duiker gaf onderwater aan dat hij wilde opstijgen. Buddylijn werd losgemaakt en de buddy’s lieten haar alleen gaan en doken verder!
Duiker maakt normaal verlopen duik. 90 minuten na de duik wordt de duiker onwel; braken en duizeligheid. De duiker krijgt zuurstof toegediend door mededuikers. Na inwinnen telefonisch advies besluiten de betrokkenen geen transport naar behandelcentrum te doen omwille van het feit dat de symptomen verdwenen zijn na het ademen van de zuurstof.
Duiker maakt een duik naar een maximale diepte van 15m. Totale duiktijd 54 minuten. De duik werd wel voorafgegaan door een snorkeltocht van 1000 meter in volledige uitrusting en een vrije duik naar 7m. Geen klachten na deze duik.
Duiker maakt 2 dagen later een duik naar 30 m, totale duiktijd 40 minuten. Geen klachten na deze duik. 36 uur na de laatste duik ontstonden de eerste symptomen: jeuk aan beide voeten en onderarmen, rode vlekken, toenemende pijn in de heupen, knieen en polsen.
De pijn neemt toe in de loop van de volgende dagen. Rechterhand en pols extreem pijnlijk en krachtsverlies. Vijf dagen later wordt de duiker door de huisarts verwezen naar duikarts
Er volgt behandeling in een hyperbaar centrum waarna de duiker klachtenvrij is
Duiker komt ten val vóór het te water gaan door de ter plaatse gladde dijkglooing in het intergetijgebied. De duiker loopt hierbij zware kneuzingen aan een schouder op met als gevolg dat er niet gedoken kan worden.
Duiker maakt duik naar 40 meter. De duik verloopt volgens plan en er doen zich geen problemen voor. Na de duik krijgt de duiker last van een “trillend oog” en pijn in de lende. De oogproblemen verdwijnen na een uur. De duiker neemt na drie dagen contact op met een hyperbaar centrum omdat deze symptomen wel vaker voorgekomen waren na diepe duiken en steeds vanzelf weer weg gingen. De duiker wordt onderzocht en er wordt een PFO aangetoond. Waarschijnlijke diagnose is decompressieziekte.
Duiker maakt bij het begin van de duik een hoekduik. De duiker ziet een loodzak met vijf kilo lood uit één kant van het lood geintregreerde stabjack, in de diepte verdwijnen. Voor aanvang van de duik werd de loodzak van het stabjack gesloten met de klittebandsluiting en de drukknop sluiting. De sluiting is kennelijk spontaan open gegaan toen het volle gewicht van de loodzak er op drukte. De loodzak met lood werd niet teruggevonden tijdens de zoektocht op de blubberige bodem.
Duiker maakt een duik naar 42 meter diepte met een totale duiktijd van 36 minuten. De duik verloopt normaal. Vlak na de duik klaagt de duiker over pijn in het rechter been en pijn in de rechter bovenarm. De duiker wordt direct zuurstof toegediend en naar een hyperbaar centrum gebracht. Na behandeling in recompressiekamer klachtenvrij.
Duiker maakt een duik naar 36 meter diepte met een duiktijd van 45 minuten. Tijdens de afdaling had de duiker last van toenemende pijn in het linker oor. Deze pijn ging niet helemaal weg met het klaren van de oren, Toch verder gedoken. Tijdens de opstijging en na de duik bleek de duiker last houden van een drukkend gevoel en lekkage van vocht uit het oor. De duiker zoekt hulp bij een duikarts. Diagnose is middenoor barotrauma.
Duiker maakt een duik naar 16 meter diepte met een duiktijd van 55 minuten. Tijdens de duik geen bijzonderheden. Aan de oppervlakte 50 meter gezwommen naar de boot. Onmiddellijk na het verlaten van het water krijgt de duiker hevige pijn in het linker bovenbeen. Na 5 minuten is de pijn verdwenen en zijn er tintelingen in het hele linkerbeen en linkervoet. In de daarop volgende uren blijven de tintelingen aanwezig en treed ook gevoelsverandering op in het been. De duiker schenkt weinig aandacht aan de symptomen omdat de duik ondiep was. De volgende dag consulteert de duiker de huisarts die hem naar een hyperbaar centrum doorstuurt. Na behandeling in een recompressietank is de duiker klachtenvrij.
Duiker glijdt uit op de dijkglooing bij het te water gaan en breekt daarbij een been.
Duiker maakt een duik naar 46 meter diepte met een duiktijd van 50 minuten. Onmiddellijk na de duik krijgt de duiker een opgezwollen bovenlip. Geen verdere symptomen.
De duiker maakt die dag een herhalingsduik naar 37 meter met een duiktijd van 49 minuten. De zwelling blijft. De volgende dag zoekt de duiker hulp bij een hyperbaar centrum. De klachten van de gezwollen bovenlip zijn uitgebreid naar de kaak en er zijn tintelingen in de benen. Na behandeling in de recompressietank is de duiker klachtenvrij.
Duiker heeft tijdens gehele duik met een maximale duikdiepte van 10 meter, last van druk op het oor wat met klaren niet weg gaat. Na de duik heeft de duiker last van oorsuizen. Een arts constateert een verstopte buis van Eustachius.
Duiker maakt een duik met een luchtgeïntegreerde duikcomputer. De duikcomputer geeft de diepte niet juist aan. Alleen de druk in de fles wordt juist aangegeven. Na de duik wordt de batterij verwisseld, dat was 2 jaar geleden voor het laatst gebeurd. De computer functioneert weer zoals het hoort. Het icoon voor “low battery” was niet opgelicht in de laatste paar duiken.
Duiker treft samen met zijn buddy een dubbel tien liter set met automaat aan tijdens de afdaling op een diepte van 7 meter. De duiker en zijn buddy brengen de apparatuur aan de wal en via stickers op de fles wordt de rechtmatige eigenaar achterhaald.
Deze had de set afgegooid omdat hij aan het eind van de duik door de stroming niet bij de kant kon komen. De lucht in de fles was niet in orde. De eigenaar had al twee pogingen gedaan de set terug te vinden maar dat was dus nog niet gelukt.
Duikers maken een duik naar 15 meter. Onderwater blijkt de buddylijn los te zijn en na even rondkijken stijgen de duikers op waarbij de een wat sneller als de ander. Aan de oppervlakte ziet de duikleider een van hen boven komen en op de stroming wegdrijven. De duikleider slaat alarm. Een visserman ziet de duikers en pikt de beide duikers op.
Duikers komen aan het einde van hun duik niet goed uit en drijven op de stroming af. Clubleden slaan alarm. De ter vlakbij aanwezige reddingsbrigade wordt ter plaatse gedirigeerd en zij pikken beide duikers op.
Duiker maakt een duik naar 25 meter diepte met een duiktijd van 40 minuten. Aan het einde van de duik wordt te snel opgestegen en wordt de decompressiestop gemist. Eenmaal aan de oppervlakte moet de duiker zware inspanning leveren om aan de wal te komen. Kort na de duik krijgt de duiker last van gezichtsstoornissen, tintelingen en krachtsverlies in de benen. De duiker wordt per ambulance onder toediening van zuurstof, overgebracht naar de recompressiekamer waar hij wordt gehandeld. Na behandeling is de duiker klachtenvrij.
Duiker maakt een duik naar 26 meter diepte met een duiktijd van 55 minuten. Bij het bovenkomen klaagt de duiker over extreme vermoeidheid, zware hoofdpijn en tintelingen ter hoogte van het achterhoofd en tintelingen in de handen. De duiker krijgt zuurstof toegediend en wordt naar de recompressiekamer gebracht. Bij aankomst zijn de tintelingen verdwenen en rest de zware hoofdpijn. De duiker had soortgelijke klachten een week er voor ook gehad en was toen met de diagnose ‘Hyperventilatie’ behandeld in het ziekenhuis. De duiker krijgt een geheel duikverbod i.v.m. medische afwijking.
Duiker wordt onwel tijdens een duik. Door adequaat optreden van enkel andere duikers wordt de duiker uit het water gehaald en gereanimeerd. Bij aankomst van de ambulance ademde de duiker weer zelfstandig.
Duiker maakt introductieduik. De duiker heeft te veel lood om gekregen en de werking van het trimvest is niet uitgelegd. De duiker komt steeds met de bodem in contact en raakt uitgeput. De instructeur ziet dit niet want die heeft meer oog voor een duikster. De duiker raakt achterop en begint te hyperventileren. De duiker probeert een aantal malen op te stijgen maar valt steeds terug. Uiteindelijk ziet de instructeur de worstelende duiker en brengt deze omhoog. Hier moet de duiker overgeven en besluit nooit meer te duiken.
Duiker maakt een duik naar 30 meter diepte met een duiktijd van 66 minuten. Na de duik klaagt de duiker over evenwichtstoornis, misselijkheid en moet braken. Er wordt geen actie ondernomen of hulp gezocht en de symptomen verdwijnen na enkele uren.
Drie dagen laten maakt de duiker een duik naar 15 meter met een duiktijd van 50 minuten. Onmiddellijk na de duik krijgt de duiker weer last van evenwichtstoornissen en braken. Aanwezige mededuikers dienen zuurstof toe maar stoppen daarmee na 5 minuten “omdat het niet helpt”. De duiker gaat naar huis en de klachten blijven. De volgende dag zoekt de duiker hulp bij zijn huisarts die hem direct doorverwijst naar een hyperbaar centrum. Daar volgt een behandeling.
Duiker maakt een duik naar 19 meter diepte met 42 minuten duiktijd. Direct na de duik krijgt de duiker last van duizeligheid, tintelingen en pijn in beide armen. Clubleden dienen zuurstof toe. De duiker wordt ter observatie opgenomen in het ziekenhuis. Bij navraag vertelde de duiker dat hij zich de hele duik niet op zijn gemak had gevoeld en voor zijn doen erg veel lucht had verbruikt. Diagnose hyperventilatie lijkt op zijn plaats.
Duiker gaat met geleende apparatuur een duik maken. De duiker raakt gescheiden van zijn buddy en komt niet meer boven water. De duiker wordt pas na 3 dagen intensief zoeken door hulpdiensten gevonden en geborgen.
Onderzoek leerde dat de duiker een te klein duikpak, te klein trimvest en te veel lood bij zich had. Alle apparatuur was geleend.
Duiker gaat met beginnende duikmaat te water. Onder water raken zij elkaar kwijt. De duiker weet op eigen kracht boven te komen maar zijn buddy komt niet boven. Een ander buddypaar brengt de in paniek zijn de duiker aan de wal en slaat alarm. De duiker wordt ter observatie opgenomen.
Duikers maken duik naar 39 meter. Op de weg terug blijkt dat de stroming sterker is dan verwacht en zijn de duikers genoodzaakt een vrije decompressiestop te maken. Eenmaal aan de oppervlakte blijkt dat ze een heel eind uit de wal zijn. Clubleden slaan alarm en hulpdiensten komen in actie. De duikers zwemmen zo hard ze kunnen en uitgeput bereiken ze de wal op het moment dat de hulpdiensten arriveren.
Duiker maakt een duik met buddy en op 9 meter wordt de duiker onwel. De buddy probeert de duiker omhoog en aan de wal te brengen, dit lukt niet zodat hij de duiker over de bodem voort begint te slepen richting wal wat na enkele pogingen ook lukt. Eenmaal aan de oppervlakte blijkt de duiker niet meer te ademen. Hulpdiensten worden gewaarschuwd en reanimatie gestart, met succes.
Duiker maakt derde duik naar diepten meer dan 40 meter. Tijdens de terugkeer naar de wal blijkt dat de stroming de duikers heeft verrast en moeten ze erg veel moeite doen om langs de bodem naar de oppervlakte terug te keren. De duikers proberen de verplichte decompressietop op 6 meter te maken maar door de steeds sterker wordende stroming lukt dit niet en moeten ze opstijgen waardoor ze de decompressiestops op 3 meter volledig missen. Clubgenoten dienen zuurstof toe en transport naar de recompressiekamer wordt georganiseerd. Beide duikers klagen over hoofdpijn. Na behandeling zijn de duikers klachtenvrij.
Duikers maken duik naar grote diepte en kunnen op de terugweg niet meer tegen de stroom in komen. Zij zijn genoodzaakt een vrije decompressiestop te maken. Clubgenoten zien de duikers ver uit de kant aan de oppervlakte komen en alarmeren hulpdiensten.
De duikers worden door een toevallig passerend motorjacht gezien en aan boord genomen die hen naar de wal brengt.
Duiker maakt derde duik in twee dagen naar een diepte van 30 meter waar pas na 38 minuten duiktijd aangekomen wordt. Op de terugtocht ontstaat verwarring over de kompaskoers. Een van de andere duikers van het drietal is bijna door zijn lucht heen zodat besloten wordt loodrecht op te stijgen en daar de decompressiestop vrij zwemmend te maken. Aan de wal blijkt 1 duiker last te hebben van extreme vermoeidheid, rugpijn en krachtverlies in beide benen. Door clubgenoten wordt zuurstof toegediend. De beide andere duikers hebben nog geen symptomen en gaan niet mee met duiker 1. Duiker 1 wordt naar een recompressiekamer overgebracht en aldaar behandeld. Na enige tijd krijgt duiker 2 last van klachten in beide handen en hij besluit na telefonisch overleg met een duikarts naar een recompressiecentrum te gaan voor behandeling. Beide duikers zijn na behandeling klachtenvrij.
Duiker komt ten val bij het te water gaan vanaf de dijk. Bij het omdraaien komt de duiker in contact met de steenbestorting. Hierdoor wordt de klittenbandsluiting van het loodgeintregreerde vest aan één loodzak geopend en verliest de duiker 5 kilo lood. De duiker drijft nog wat af door wind en stroming voordat het verlies bemerkt wordt. Het lood wordt niet teruggevonden.
Duiker maakt normale nachtduik tot 12 meter diepte met een duiktijd van 65 min. Twee uur na de duik ontstaan tintelingen en kan duiker handen, armen en benen niet meer bewegen. Zuurstof werd meteen toegediend waarop de klachten verminderen. Duiker werd nog in het ziekenhuis geobserveerd. Waarschijnlijk was er sprake van een PFO.
Duiker maakt een duik naar 8 meter diepte met een duiktijd van 35 minuten. Duiker maakt herhalingsduik na oppervlakte interval van 1:28 uur naar een diepte van 7 meter van 12 minuten. De duiker had bij aanvang van de duik kramp. Na wat oefeningen op diepte werd een opstijging geoefend. Deze opstijging duurde slechts 17 seconden. Aan de oppervlakte wordt het trimvest vol geblazen. De duiker klaagt over slecht zien en draaierigheid. De duiker wordt naar de oever gebracht. Daar blijkt hij moeite te hebben met de controle over een zijde van zijn lichaam. Hij kon een arm niet meer optillen en klaagde over tunnelvisie. De hulpdiensten worden gealarmeerd en de duiker wordt onder toediening van zuurstof naar het ziekenhuis gebracht. Daar wordt duikarts geconsulteerd en de duiker wordt naar een recompressiekamer gebracht voor behandeling.
Tijdens vierde duik in twee dagen maakte de duiker een te snelle opstijging vanaf 11 meter diepte toen hij bezig was met de bediening van een hefballon. De volgende dag voelt de duiker zich “niet lekker” en krijgt van een duikinstructeur het advies contact op te nemen met een duikarts. De duiker doet dit en de duikarts laat de duiker komen voor behandeling in de recompressiekamer.
Duikers maken een duik naar 39 meter diepte en op de terugweg blijkt de stroming sneller toegenomen dan verwacht. De duikers kunnen niet meer tegen de stroming in komen en besluiten een vrije opstijging met een decompressiestop te maken. Tijdens de decompressiestop raken de duikers elkaar kwijt. De 1e duiker wordt gezien door clubgenoten aan de wal als hij aan de oppervlakte komt. Zij alarmeren direct de hulpdiensten. De 2e duiker komt even later aan de oppervlakte. Zij worden later door een sleepboot opgepikt die door leden van de reddingsbrigade was gevraagd mee te helpen om te zoeken.
Duiker maakt een duik naar 24 meter diepte met een duiktijd van 43 minuten. Vijf minuten na de duik krijgt de duiker last van pijn in de schouder, ernstige ademnood en klachten in beide onderbenen. Er wordt direct zuurstof toegediend en de duiker wordt naar een recompressiecentrum gebracht waar hij wordt behandeld.
Duiker drinkt een halve liter bier voor de duik en maakt dan een duik naar 30 meter diepte met een duiktijd van 20 minuten. Na de duik drinkt de duiker een kwart liter bier. Drie kwartier na de duik krijgt de duiker last van jeuk en huidsuitslag op de buik en treden er gezichtstoornissen op gevolgd door hoofdpijn. De klachten bijven enkele uren en zakken dan langzaam weg. De volgende dag consulteert de duiker een duikarts en laat hij zich onderzoeken. De duiker weigert behandeling.
Duiker maakt een duik naar 21 meter diepte met een duiktijd van 31 minuten. Aan het einde van de duik wordt een veiligheidsstop van 3 meter op 3 minuten gemaakt. Enige tijd na de duik klaagt de duiker over pijn in een bovenarm. Na verloop van tijd verdwijnt de pijn spontaan. De volgende avond nemen de klachten in de arm toe en treedt krachtsverlies op. De duiker gaat naar een hyperbaar centrum en wordt daar behandeld.
Duiker vult voor vertrek naar de duikplaats twee clubflessen tot 200 bar en legt deze in zijn auto. Na de autorit naar de duikplaats kijkt de duiker op de dijk hoe het water er bij ligt. Plotseling hoort hij een klap gevolgd door luid gesis. De duiker draait zich om en ziet dat een persluchtfles over de parkeerplaats tegen de dijk schiet, daar afketst en 50 meter verderop neerkomt. Wonder boven wonder raakt niemand gewond. De auto van de duiker is total-loss. Technisch onderzoek van de fles en de afsluiter leert dat de fles was voorzien van ¾” gasdraad en de afsluiter van M25x2 draad. Schroefdraadsoorten die ogenschijnlijk in elkaar passen maar die nooit lang zullen houden.
Duiker klaagt na duik over hoofdpijn en tintelingen in een arm. Leden van een ter plaatse aanwezige duikvereniging geven de duiker zuurstof. Na korte tijd verdwijnen de symptomen en de duiker besluit naar huis te gaan. De door de vereniging gealarmeerde hulpdiensten arriveren ter plaatse net nadat de duiker is vertrokken.
Duiker maakt tweede duik van die dag en geeft aan wat nerveus te zijn bij aanvang van de duik. Bij de afdaling heeft de duiker problemen met klaren. Na wat oefeningen in ondiep water, 6 meter diepte, geeft de duiker aan omhoog te willen. Na een rustige opstijging geeft de duiker aan de duik te willen beëindigen. De duiker ademt snel en oppervlakkig. De buddy sleept hem naar de wal. Vlak voordat zij daar aankomen geeft de duiker over. Als daar het duikpak los gedaan wordt begint de duiker rustiger te ademen. Als de duiker opstaat moet hij weer overgeven en begint hij hevig te hoesten. De duiker krijgt zuurstof toegediend. Zijn pols wordt snel zwakker en de duiker stopt met ademhalen. Beademing wordt toegepast en hulpdiensten gealarmeerd. Na korte tijd ademt de duiker weer zelfstandig. Artsen stellen later vast dat vocht/bloed in de longen is gekomen door combinatie van druk en hoge bloeddruk.
Duikers oefenen geassisteerde opstijging. Op 10 meter diepte wil de duiker zijn trimvest wat ontluchten maar kan de snelontluchter niet vinden. Vervolgens ontlucht hij het vest door de trekontluchting van de inflator te gebruiken. De opstijging verloopt vanaf 10 meter diepte in slechts 15 seconden. De buddy weet de duiker nog wat af te remmen. Aan de oppervlakte worden geen symptomen waargenomen. De beide duikers besluiten af te dalen en de noodprocedure te volgen. De duikers ondervinden geen nadelige gevolgen van de snelle opstijging.
Duiker gaat te water en heeft op 2 meter diepte oorklachten en merkt dat het trommelvlies is geperforeerd. Duik wordt afgebroken. Er is sprake van een trommelvlies perforatie. Hoewel de cap opvallend strak zat is het onwaarschijnlijk dat dit een rol speelde in het ontstaan van de perforatie.
Tijdens de duik op 18 meter diepte worden de duikers onaangenaam verrast door een anker dat in hun directe omgeving wordt gedropt. De duikers maken hun duik af en horen aan de kant van de duikleider dat de boot die op de duikplaats ten anker ging direct bij aankomst het anker dropte waardoor de duikleider geen kans zag de schipper te waarschuwen. De duikplaats was niet gemarkeerd met een duikvlag.
Duikers maken met zijn drieën een duik met gehuurde apparatuur. Op 9 meter diepte verliest 1 duiker een zwemvlies. De duiker raakt hierdoor in paniek en wil opstijgen. Een van de twee anderen ziet het en helpt de duiker omhoog. Tijdens de opstijging krijgt de duiker wat water binnen door lekkage van de automaat. Aan de oppervlakte schieten leden van een duikvereniging te hulp en alarmeren hulpdiensten. Zij helpen de beide duikers naar de wal. De derde duiker komt pas veel later boven, zich niet bewust van alle gebeurtenissen. De duiker voelt zich niet lekker en moet kokhalzen. De duiker krijgt zuurstof toegediend en knapt hier snel van op.
Tijdens terugkeer van duik op 34 meter diepte blaast de duiker zijn trimvest iets af op een diepte van 25 á 30 meter. De duiker hoort veel lucht ontsnappen en waarschuwt zijn buddy. Deze constateert dat de vouwenslang van de inflator deels gescheurd is. De buddy drukt de scheur dicht tijdens de opstijging. Aan de oppervlakte scheurt de slang volledig af.
Duiker maakt een duik tot 7,5 meter diepte. De duik en het klaren verloopt normaal. Uit het water gekomen bemerkt duiker last van het linker oor. Een arts constateert de volgende dag een trommelvlies perforatie.
Tijdens werkzaamheden onder water op een diepte van 27 meter blijft de inflator hangen tijdens het uittrimmen. Duiker gaat op z’n kop hangen en zwemt naar beneden, koppelt inflator los, en gebruikt snelontluchters om het vest te ontluchten.
De duiker is slechts een paar meter gestegen. Op de bodem begint vervolgens de 2e trap te blazen. De duiker vraagt lucht bij zijn buddy en zij maken een geassisteerde opstijging die te snel gaat doordat het droogpak van de duiker niet snel genoeg ontlucht kan worden. De duikers bereiken veilig de oppervlakte. Bij controle van de uitrusting blijkt deze weer normaal te functioneren. De duikers besluiten een ‘procedure ongecontroleerde opstijging’ uit te voeren.
Duiker maakt een 2e duik tot 10 meter. De afdaling loopt probleemloos. Op diepte wordt een stekende pijn aan het rechteroor bemerkt en gelijk voelt duiker water in de gehoorgang lopen. Duizeligheid en oriëntatie verlies treden op. Met hulp buddies bereikt duiker verder veilig de waterkant. Een arts constateert een trommelvliesperforatie.
Opgemerkt wordt dat de hoofdcap van duiker erg vast afsloot, waardoor op diepte plots water kon instromen.
Duiker maakt een duik naar 20 meter diepte met een duikduur van 40 minuten. Tijdens het naar de wal zwemmen na de duik moet de duiker hoesten en krijgt last van kortademigheid. Nog voor de wal bereikt wordt hoest de duiker gele fluimen en bloed op. De buddy brengt de duiker aan de wal. De duiker bezoekt een hyperbaar centrum waar longbarotrauma als diagnose wordt gesteld.
Duikers maken een duik naar 29 meter diepte. Na een klein half uur duiktijd raakt een duiker in paniek omdat hij de weg kwijt is. De duikers maken een snelle opstijging. Eenmaal aan de oppervlakte klaagt een duiker over kortademigheid en pijn in de borstkas. De duikcomputer van duiker een geeft een gemiste decompressiestop op 3 meter van 7 minuten aan. De duikcomputer van duiker twee geeft geen decompressiestop aan. Beide duikers worden aan de wal opgevangen door de inmiddels gealarmeerde hulpverleners en onder toediening van zuurstof gaan zij ter observatie naar het ziekenhuis. Na overleg met de duikarts worden de duikers naar een recompressiecentrum gebracht voor behandeling.
Duiker maakt soloduik en komt niet meer boven. Tijdens zoekacties wordt hij niet gevonden. Na 26 weken wordt het lichaam van de duiker gevonden en later geborgen door hulpverleners. Alles wijst in de richting van zelfdoding.